Metalen klokken zijn in subsaharisch Afrika nagenoeg alom tegenwoordig in de muziekensembles die de dansen in de dorpen begeleiden. Uit de vroege iconografische bronnen van Cavazzi (1687) en Merolla ( 1692), twee Italiaanse missionarissen die ons tekeningen en beschrijvingen van muziekinstrumenten uit het grote Kongo-rijk hebben nagelaten, leren we dat zowel de enkele als de dubbele metalen klok behoren tot de oudste muziekinstrumenten die in Centraal-Afrika gekend zijn.
Het bewerken van metaal staat in hoog aanzien in vele Afrikaanse gemeenschappen en het is dan ook niet verwonderlijk dat het bezit van de metalen klok voorbehouden is aan de chef en in tweede instantie ook aan de tovenaar-genezer-waarzegger.
De vorm van de klok en het al of niet aanwezig zijn van een interne klepel hangt voor een groot gedeelte af van de grootte van het instrument en zijn functioneel gebruik binnen de maatschappij.
Het zijn meestal de kleinere metalen klokjes, soms een eenvoudig dichtgevouwen ijzeren blad of een verkleinde versie van een westerse klok meer dan waarschijnlijk een inbreng van de missionarissen die overal in Congo kerken bouwden, die voorzien zijn van een interne klepel. De eenvoudigste types, een dubbel gevouwen metalen blad voorzien bovenaan van een haakje waaraan de klepel wordt bevestigd, worden in meerdere exemplaren bevestigd aan de gordel of de enkels van de dansers waarmee ze het ritme extra accentueren. Maar het is ook niet ongebruikelijk dat ze deel uitmaken van het arsenaal aan muziekinstrumenten van tovenaars en genezers die ze gebruiken om de kwade geesten en krachten uit het lichaam van de zieke te verjagen. Een duidelijke parallel kan hier getrokken worden met de betekenis van de klok in onze vroege westerse maatschappij die niet alleen diende om de gelovigen naar de kerk te roepen of door het gelijktijdig luiden van verschillende klokken feestelijke of droevige gebeurtenissen aan te kondigen, maar ook in een ver verleden de kwade krachten buiten de kerk te houden. Het mag ons dan ook niet verwonderen dat het kleine metalen klokje binnen de magisch-religieuze wereld steevast aanwezig is en onder meer wordt gebruikt bij de ceremonies en rituelen verbonden met tweelingen, een niet-alledaagse en met veel twijfels en vrees omhangen geboorte. Bij elke nieuwe maan, het symbool bij uitstek in de natuur van vruchtbaarheid, wordt er dan ook bij vele volkeren een tweelingenritueel uitgevoerd, meestal door vrouwen alleen, waarbij de vaak erotisch geladen liederen worden begeleid door een klein metalen klokje.
De grotere exemplaren hebben in tegenstelling tot de kleinere meestal geen interne klepel maar worden aangeslagen met een stok al of niet voorzien van een rubberen bol.
Het is ook in deze categorie dat we zowel enkelvoudige als dubbele klokken aantreffen. Deze laatste hebben door hun structuur eveneens een communicatieve functie aangezien de twee “klanklichamen” een verschillende toonhoogte hebben. Het spreekt voor zich dat de reikwijdte van deze instrumenten eerder beperkt is en vooral gebruikt wordt binnen het dorp of de residentie van de chef, dit instrument is dan ook zijn bezit. In vroege geschriften wordt ook melding gemaakt van het feit dat deze metalen klokken vroeger werden gebruikt tijdens het oorlogsgebeuren zowel voor, tijdens als na het gevecht. Maar ze heeft ook haar plaats gekregen binnen de hofensembles die de muziek uitvoeren aan het hof van de hoogste gezagsdragers. Aansluitend op de binding die de dubbele klok heeft met het lokale gezag kunnen we de twee grote dubbele klokken lubemb vermelden die bij Lunda (Katanga - Congo) bewaard worden in het dorp Nkalanji waar de overleden keizers van de Lunda begraven worden. Deze klokken zijn onmiddellijk gelinkt aan de macht van de Mwant Yav, de keizer van de Lunda. Voor deze klokken zijn de Mwadi Muteb (vrouw) en de Mukelenge Tshisanda (man) verantwoordelijk. Opvallend is dat zij zo sterk geloven in de magische krachten van deze voorwerpen dat ze deze lubemb gewoon buiten de hut bewaren aangezien diegene die het zou aandurven deze klokken te vervreemden ter plekke zou dood vallen. Een andere kracht die zij toeschrijven aan deze klokken is het feit dat ze uit zichzelf gaan klinken wanneer de Mwant Yav in Musumba , zijn residentie, overlijdt.
Naast de metalen klokken worden in Midden-Afrika ook houten klokken gebruikt in allerlei functies waarbij de rituele context het meest opvalt. Het meest opvallend is de dubbele houten klok kunda gesneden uit één blok hout in de vorm van een zandloper waarbij beide klankhelften voorzien zijn van 2 à 4 dunne houten klepeltjes. De kunda is enerzijds verbonden met de nkisi- cultus ( cultus van de geesten) die op zijn beurt gepaard gaat met zang en dans en met de behandeling van zieken. Het is dus op de eerste plaats een instrument van de genezer nganga en er worden haar magische krachten toegeschreven, m.a.w. dank zij de kunda kan de nganga de geesten beïnvloeden en hen zijn wil opleggen. Een dergelijke klok wordt verbonden met een welbepaalde geest en wordt dan ook beschouwd als zijn “kind”. Bijgevolg wordt deze houten klok gebruikt tijdens ceremonies en dansen die gewijd zijn aan de nkisi om er het ritme mee aan te geven simultaan met de trommels en andere slaginstrumenten. Het spreekt voor zich dat de kunda een belangrijke plaats als cultusobject in de Kongo-maatschappij heeft verworven. Nochtans moeten we vandaag vaststellen dat onder invloed en impact van de westerse beschaving die in sterke mate de traditionele religies hebben beïnvloed deze klok haast volledig uit het religieuze beeld van de Kongo-maatschappij is verdwenen.
Binnen dezelfde Kongo-muziekcultuur vinden we nog een ander type van houten klok de dibu. De meest eenvoudige betreffen houten klokken in de vorm van de borassus-vrucht voorzien van één of twee inwendige klepels. Deze houten klokken worden aan de hals of zelfs aan de romp van de jachthonden bevestigd. Het is namelijk niet ongewoon om in Congo honden aan te treffen die niet blaffen, om die reden wordt een houten klok aan hun hals of lichaam bevestigd om enerzijds het wild op te jagen en anderzijds te weten waar de honden zich bevinden. De grotere meestal versierde exemplaren behoren tot de attributen van de nganga en zijn derhalve verbonden met de nkisi-cultus. Zij onderscheiden zich van de gewone houten klokken door een gesculpteerd handvat en door de geometrische versieringen die er op het klanklichaam zijn aangebracht.
Dit instrumenttype is terug te vinden bij andere opnamen uit het audio archief die gemaakt werden bij de hierna vermelde Congolese volkeren, onder de volgende inlandse namen:
Bozomu (Bali, Ndaka), Elondja (Mongo, Tetela), Elonja (Pygmées), Elonja / Elonza (Mbole), Elonza (Hamba, Ngando), Elonza (Elonja) (Boyela), Elunzia (Kusu), Epam (Mputu), Gong (Kongo), Iyembu (Leele), Kalengele ((Wa) Lese), Lilonga (Ngombe), lley (Mputu), Lokuku (Mongo), Lubemb (Lunda), Lubembo (Luba, Songye), Ludibu (Luba), Lukèlendè (Luba), Madwila (Sala Mpasu), Mayembu (Iyembu) (Leele), Mokembe (Ngombe), Ndje (Lendu), Negbongbo (Mangbetu), Ngezo (Tshokwe), Ngonga (Hamba, Kutu, Ndengese, Pygmées), Ngongi (Mpangu, Mputu), Ngongi (Ngondji) (Kongo), Ngunga (Tetela), Ngunga (Ngonga) (Mongo), Njeke (Mongo), Nkonga (Boyela), Rupwamb (Lunda), Tuzundo (Tshokwe)
Bibliografie:
Discografie:
© KMMA