Bij de Efutu, een substam van het Fanti-volk, wordt de kalebasrammelaar maracas genoemd. Bij de Ewe heet hij axatse. Dit instrument is niet te verwarren met de maracas-rammelaar uit het Latijns-Amerikaanse percussie ensemble. Het is de vrucht van de kalebasboom Lagenaria sp. die omgevormd wordt tot rammelaar om de dans te begeleiden. Hij wordt meestal bespeeld door een vrouw en heeft een constant ritmisch patroon. Bij de Dagomba en de Mamprusi worden vrouwen die zingen en zichzelf begeleiden met een kalebasrammelaar geassocieerd met occultisme en hekserij. Veelal kan men tijdens rituelen en ceremonieën vrouwen uit een bepaald genootschap opmerken die zingen en zichzelf begeleiden met een kalebasrammelaar in de hand.
Aan de buitenkant van de maracas is er een net bevestigd met kralen of pitten. Men kan met de kalebas schudden of hem in de ene hand vasthouden en er met de handpalm van de andere hand lichtjes op slaan. De geproduceerde klank mengt zich goed met andere percussie-instrumenten.
© KMMA/Dominik PHYFFEROEN