Terug

Enanga

foto foto foto

De enanga is een schaalciter die bij vier volksgroepen in Ankole voorkomt, nl. Kiga, Hima, Kunta en Ziba. Ook al varieert dit instrument bij deze vier groepen naar bouw en functie toch kan onder de algemene noemer enanga worden aangeduid.

Bij de Hima:
foto geluidsfragment

Bij de Kiga:
foto foto foto foto geluidsfragment

Bij de Kunta:
foto foto foto foto foto foto

Bij de Ziba:
foto

De algemene vorm van een schaalciter wordt gekenmerkt door een vlakke klankkast waarbij de zijkanten licht concaaf opkrullen en zo de vorm aannemen van een schaal. De korte zijden van de citer hebben V-vormige insnijdingen waarlangs de snaar loopt en die de snaar beletten te verschuiven of te ontstemmen. Bij de Kiga en Hima zijn altijd meer insnijdingen voorzien dan er snaren gebruikt worden. Eigenlijk is er maar één lange snaar die heen en weer loopt over het instrument en waardoor meerdere bespeelbare snaren ontstaan. De snaar kan van plantaardig of dierlijk materiaal gemaakt zijn, vezels of koeienpees.

Behalve bij de Kunta, worden de uiteinden van de snaar rond een houten staafje gewikkeld. Om de klank te verbeteren is de bodem van de klankkast meestal voorzien van drie of vier klankgaten. Scheuren in het instrument worden hersteld door het samenbinden ervan met vezel of door het opnagelen van een plakje tin. De onderkant van de klankkast is vaak versierd met ingekraste en ingebrande patronen.

Bij het spelen wordt een kort melodisch patroon steeds herhaald, er worden nooit akkoorden gespeeld, en niet alle snaren worden bespeeld. De enanga wordt gestemd door de snaar te spannen of te ontspannen waarbij vaak verschillende segmenten moeten worden aangepast aan de nieuwe toonhoogte. Tijdens het spelen kan een toon ook gewijzigd worden door de snaar aan het uiteinde lichtjes in te drukken, waardoor de toon verhoogd wordt.

De enanga wordt meestal zittend bespeeld, de citer steunt schuin op de dij. Met de pink van de linkerhand wordt de enanga in evenwicht gehouden, met de andere vingers van de linkerhand worden de hoogste snaren gespeeld. De rechterhand wordt gebruikt om de snaren met de laagste tonen te tokkelen. De stijl is persoonlijk en afhankelijk van speler tot speler. Goede spelers ontwikkelen een eigen speel- en zangstijl. De inhoud van de teksten kan zeer sterk variëren.

VolkKigaHimaKuntaZiba
Naam enanga enanga nkiga enanga mpima enanga nkunta nnanga nziba
Lengte 40-90 cm 65-100 cm 45-55 cm
Breedte 18-25 cm 20-25 cm 10-13 cm
Diepte <10 cm 10 cm Afhankelijk van de plaats op het instrument
Klankgaten 3-4,
Vorm: + of -
Soms Ja, waaraan draagriem bevestigd is Meerdere ronde aan uiteinden, één in midden
Inkepingen tot 13 12, soms meer 7 7
Snaren 6 7 7 7
Externe resonator / Vroeger houten waterpot, nu ijzer wasbassin / Kalebas, meestal vast aan instrument
Vorm klankkast Ovalen schaal, klankkast is tevens brug voor de snaren Ovaal, met vier uitstekende hoeken Bootvormig, rand klankkast kan niet als brug dienen, dus riet onder snaren geplaatst
  • Klokhuisvorm, uiteinden breder dan middendeel
  • Riet als brug
Versiering boven Gebrande brede banden /
Versiering onder
  • Gebrande brede banden,
  • Gekraste rastervormen,
  • Versieringen rond klankgaten
Driehoekige en vierkante patronen, in laag- of hoogreliëf
Spel instrument Korte melodische patronen Begeleidend, in functie van zang Begeleidend, in functie van zang Begeleidend, in functie van zang
Kenmerken zang
  • Parlando-stijl
  • Stijgende lijn, dan grote dalende sprong
  • Melodische patronen geïntroduceerd in instrumentaal voorspel
  • veel versieringen
  • microtonen
Speler Man, soms vrouw Vrouw Man Man
Bezetting Solo, soms met handgeklap Solo Solo Solo
Functie Ontspanning Loflied Ontspanning Ontspanning
Opmerkingen In onbruik, type nkiga overgenomen Snaar aan inkepingen vastgeknoopt Zeldzaam, type nkiga overgenomen


voor meer informatie zie: VAN THIEL, Paul, "Multi-Tribal Music of Ankole. An ethnomusicological study including a glossary of musical terms". Uitgegeven door het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in de reeks Annalen, Menselijke Wetenschappen nr.91, 1977, 234 pp.

© KMMA/Paul VAN THIEL